Gedichtje #2

Pak het dan
Je bent er bijna
Een klein stukje nog
Zie je het al?

Toe maar
Wees niet bang
Ik ben bij je
Maak het samen met je mee

Daar, heel dichtbij
Voel je het al?

Je ogen lachen
Want ja
Je voelt het
Grijpt het

Dat nieuwe begin

Schilderen met Guus

IMG_6824-bewerkt-bewerkt-7-3

Mirjam houdt van schilderen. Ze doet het met hart en ziel, en gaat er helemaal in op. Noem het gerust een passie. Een passie die haar vruchten afwerpt, want Mirjam’s schilderijen raken je stuk voor stuk. Een tijdje geleden zag ik al via de social media dat ze bezig was met een schilderij van Guus Meeuwis, en dat zag er veelbelovend uit. Toen Mirjam me vroeg om haar te fotograferen terwijl ze aan het schilderij werkte, zei ik dan ook meteen ja, want ik wilde maar al te graag vastleggen hoe zoiets moois tot stand komt. En volgens mij is dat aardig gelukt.

Maar dat was voor mij nog niet genoeg: ik wilde graag weten wat Mirjam voelt als ze aan het schilderen is, wat het met haar doet. Dus vroeg ik haar daarnaar. Mirjam: “Ik begon met schilderen in de tijd dat we graag kinderen wilden, maar dat dat allesbehalve makkelijk ging. Mijn vriendin schilderde bij een clubje en vond dat lekker ontspannen. Ze zei dat ik ook eens mee moest gaan. Zo gezegd, zo gedaan. Al snel ontstond het verlangen om een keer een portret te schilderen. Ik ben altijd al gefascineerd geweest door gezichten.”

In december 2005 schilderde Mirjam haar eerste portret: “Ik had net de CD ‘Wijzer’ van Guus Meeuwis gekregen van de goedheiligman. Deze CD stond aan terwijl ik achter mijn ezel zat te schilderen. Vanuit het niets zag ik opeens het jongetje dat ik vanaf een foto aan het schilderen was, onder mijn handen op het doek verschijnen. Wat er toen met me gebeurde kan ik nog altijd niet goed beschrijven. Een enorme vlaag van trots en zelfvertrouwen golfde door mijn lichaam. Meteen klampte het gevoel dat ik had zich vast aan de muziek van Guus Meeuwis. Vanaf dat moment schilder ik tot op de dag van vandaag alleen nog maar met de muziek van Guus. Als ik schilder, vergeet ik de wereld om me heen en ben ik waar ik zijn wil, in het oog van de storm, volledig op mijn plek en mijn ‘aller mezelfst’.”

Guus Meeuwis veranderde een tijdje geleden zijn profielfoto op Facebook. Dat triggerde Mirjam: “Geen idee waarom, maar ik moest er een schilderij van maken. In mijn hoofd nam het steeds grotere vormen aan en ik zag het eindresultaat ik al voor me. Ik kon er niet meer omheen, dus ben ik eraan begonnen. Het moest groot en stoer, niet met een penseel maar grof. Een karakteristiek gezicht kan dat goed hebben, een gezichtje van een kind niet. Daarom heb ik nu voor het eerst een paletmes gebruikt. En inmiddels is het schilderij klaar.“

“Elk portret dat ik tot nu toe heb gemaakt, is een stukje van mezelf. Het komt puur en alleen vanuit mijn gevoel. M’n hart breekt elke keer weer een beetje als het de deur uit gaat…”

Hou me vast!

Strakke spieren, brede borstkassen en nog bredere nekken. Mannen die zich aan elkaar vastklampen om zich vervolgens als een stormram op de ander te storten. Hard, harder, hardst. Maar janken doen ze niet, want het zijn bepaald geen watjes. Sterker nog, vergeleken met voetballers zijn het mannen van staal, die wel tegen een stootje kunnen.
Letterlijk en figuurlijk.

Ik heb het over de mannen die deelnemen aan het WK Rugby. De afgelopen weken heb ik een aantal keren vol verwondering zitten kijken naar hoe het er aan toe gaat op het rugbyveld. Snoeihard dus. Het zijn echt bomen van kerels, die op elkaar inbeuken alsof hun leven ervan afhangt. Ik vind het wel leuk om te zien. Ze werken elkaar zo ongeveer door de grasmat heen naar het middelpunt van de aarde toe, maar gedragen zich toch niet agressief. Niet naar elkaar en ook niet naar de arbiter, iedereen wordt met respect behandeld. Voor zover ik dat goed kan zien met mijn ongeoefende rugby-oog natuurlijk.

Dat ongeoefende oog is in de loop van de wedstrijden overigens behoorlijk verwend geraakt. Sommige rugbymannen zien er misschien uit als neanderthalers, maar anderen zijn toch echt een ‘sight for sore eyes’, zoals dat in het Engels zo mooi heet. Behalve de beulen van het Georgische team. Als ik ongeacht wie van dat team ’s avonds in het donker tegen zou komen, ga ik huilen van angst en verschrikkelijk hard wegrennen. Overdag trouwens ook, want sjongejonge, die mannen zijn angstaanjagend indrukwekkend. De cycloop uit de Odyssee is er niets bij.

Pennenfetisj

Het leek zo’n rustige dag op kantoor te worden, maar plotseling krijg ik het Spaans benauwd, het zweet breekt me uit.

Niemand de deur uit! Waar is mijn pen???!!!

Wanhopig kijk ik om me heen, maar nee hoor, nergens te bekennen. Het huilen staat me nader dan het lachen en ik raak langzaamaan in paniek. Nou ja, langzaamaan… zeg maar gerust razendsnel. Mijn collega’s kijken me aan alsof ik zojuist een klap van een molenwiek heb gehad, maar dat kan me niks schelen, want IK.BEN.MIJN.PEN.KWIJT!!!

Weet je wat het is? Ik heb gewoon een pennentic. Ik heb ze in alle soorten en maten en in alle kleuren van de regenboog. Volgens mij is het een aangeboren afwijking, want zolang ik me kan herinneren ben ik al gefascineerd door die inkt op papier achterlatende wezens. Loop ik in een kantoorboekhandel, dan móet ik naar de pennenafdeling. En als ik de buurt ben van een pennenwinkel, is het hek van de dam. Ik word naar binnen gezogen en kom zelden zonder nieuwe aanwinst naar buiten. Het is sterker dan ikzelf. Ik hou van pennen, droom er soms zelfs van. En dan is het dus gewoon, je weet wel, echt ontzettend erg als een van mijn pennen vermist is, snap je? Dat doet pijn…

Maar dan, net als ik ervan overtuigd ben dat mijn pen en ik elkaar nooit meer zullen weerzien, gebeurt het! Onder een stapel papier vang ik een glimp op van die bijzondere blauwe kleur van mijn geliefde schrijvende wondertje… Ik ben weer compleet!

Lieve pen, hierbij beloof ik plechtig dat ik voortaan beter op je zal letten, en je nooit meer uit het oog zal verliezen. Want dit ooit nog meemaken, dat nooit meer!

DSCF0105

Interview – Van snapshot tot statement

Een interview dat ik in 2012 gehouden heb met fotografen Ton Koene en Fokko Muller, voor mijn eindopdracht van de opleiding HBO Journalistiek.

Ieder jaar is het weer onderwerp van gesprek: de winnende foto van de World Press Photo Awards(WPPA). Al meer dan een halve eeuw weten de winnende fotografen de wereld te beroeren met hun foto’s, die vaak een schrijnend beeld geven van gebeurtenissen in de wereld. Niet zo vreemd, als je bedenkt dat er alleen journalistieke foto’s ingezonden mogen worden door professionele fotojournalisten. Maar wat is dat nou eigenlijk, journalistieke fotografie? Of, zoals het met een mooi woord heet, documentaire fotografie? En wat beweegt fotografen om deze vorm van fotografie te beoefenen?

Documentaire fotografie
Op de site van Fotodok, een initiatief uit Utrecht voor documentaire fotografie met internationale ambities, staat een duidelijke definitie: ‘Documentairefotografie is het vertellen van een op feiten berustend verhaal aan de hand van foto’s, waarbij de maker zijn eigen stempel drukt op dit verhaal. Documentaire fotografie leent zich bij uitstek om mensen een spiegel voor te houden, om (achtergrond)verhalen te vertellen, wereldproblemen aan de orde te stellen en controversiële onderwerpen onder de aandacht te brengen.’ Het gaat vooral om de inhoud van de foto, techniek is daarbij minder belangrijk. Aanverwante termen en soorten fotografie zijn reportagefotografie, fotojournalistiek of straatfotografie, soms zelfs oorlogsfotografie. Eén ding hebben alle varianten gemeen: het is meer dan een registratie, de foto’s vertellen een verhaal. Dus als je toevallig een leuk tafereeltje op straat hebt vastgelegd, dan is dat dus niet vanzelfsprekend documentaire fotografie. Fotoreportages in conflictgebieden of fotoverslagen van het leven in een tehuis of in het Arctische gebied zijn dat wel.

Read More